Roebroeks, E. (2001, 7 april). Een nieuwe verzuiling. Trouw, Muziekspecial, 31.

Een nieuwe verzuiling

De wereld van de elektronische dansmuziek is een kunstwerk op zich. Al dan niet homoseksuele zwarten, Latino’s en andere kansarme Amerikanen maken in de jaren tachtig house en techno. Hierin is het muzikale achterland van de makers nog rijkelijk vertegenwoordigd. Er klinken jazz-, latin-, disco- en soulinvloeden. House en techno vormen een nieuwe repliek op de aloude positie van achterstelling. Om dat antwoord te kunnen creëren, hebben muziek, makers en luisteraars elkaar nodig. De bedoeling is een tijdelijke ontsnapping aan het heden, via muziek die gaat over een toekomst vol vreugde. Door dat vooruitzicht alvast samen te vieren, worden de muzikale beloftes ingelost. Escapisme in de meest kunstzinnige vorm van het woord.

Vandaag bestaan er meer varianten elektronische dansmuziek dan in de beginjaren. Die dance-exponenten hebben wel aan muzikale pluriformiteit ingeleverd. Sterker, er is sprake van een zekere stilistische zuiverheid. Dat is in een tijdperk van globalisering een opvallend verschijnsel. Toegegeven, zwarte Amerikaanse popmuziek wordt wel vaker in Europa witgewassen en verliest daarbij invloeden. Wat de hokjesgeest van de dance uitzonderlijk maakt is de bijzondere, geïmproviseerde uitvoeringspraktijk van die muziek. Een deejay mixt twee of drie platen zodanig door elkaar dat er nieuwe muziek ontstaat. Die afzonderlijke platen zijn weliswaar verschillend, ze behoren allemaal tot dezelfde stroming. Ofwel techno, ofwel trance, ofwel drum ‘n’ bass bijvoorbeeld. Waar er in andere muzieksectoren lustig op los wordt gejamd, kent de dance-scene die behoefte amper. En dat terwijl het mixen van een trance- met een jungle- en een discoplaat technisch zo gepiept zou zijn. Daarentegen kost het sorteren van hetzelfde effect in livemuzieksectoren – het regelen van gastmusici – de nodige moeite.

Een muzikale omwenteling is niet in zicht. De inrichting van het huidige dance-landschap is geen stimulans tot muzikale kapriolen. Zo kennen de podia in het clubcircuit een techno-avond, een junglenacht, een trancefeest. Stilistisch onzuivere deejays aarden daar moeilijk. Ook de commercie nodigt niet uit tot deze of gene cross-over. De harde sector is nog meer dan het clubcircuit gebaat bij homogene muziekproducten om dito publieksgroepen mee te bedienen. Het in de dance doorgaans onfortuinlijke Mojo kreeg een aantal jaren geleden in de Amsterdamse Roxy wel een voet tussen de deur. Begin ’98 kondigde de directie van die dansclub een stilistische zuivering aan. De jungledeejays werden gewipt omdat zij te zwarte muziek draaiden. Gasten moesten in de toekomst een moderner technogevoel ondergaan. Zo’n doelstelling van een house-epicentrum dat beroemd is om zijn Loveballs, die van artiest tot publiek levende kunstwerken vormden, is nogal een veeg teken. Een jaar later ging de Roxy in vlammen op. En gaf de Nederlandse housescene de geest.

Makers, muziek en luisteraars zijn niet langer op elkaar aangewezen, maar tot elkaar veroordeeld. Dat levert nieuwe feesten op. Naarmate de muziek stilistisch zuiverder werd, werd de uitvoeringspraktijk grootschaliger, de sfeer harder, maakten schaars geklede dames kennis met kontenknijpers, durfden minder jongens het eigen geslacht te omarmen en werd het voorheen onbekende fenomeen vechtpartij gemeengoed.

De kansarme Amerikaanse pioniers hadden het zo slecht nog niet.

Erwin Roebroeks

© Erwin Roebroeks 2001

Helaas, het reactieformulier is op dit moment gesloten.